Het Dorp
Veel van deze gegevens zijn ontleend uit het boek ‘Oldeholtpade’.
Dit boek is door Geert Lantinga in 1994, op verzoek van Plaatselijk Belang Oldeholtpade, samengesteld.
Een groot deel van de historische feiten is afkomstig uit het Eeuwboek.
Dit boek is speciaal geschreven voor Oldeholtpade en is in 2000 uitgekomen.
Heeft U belangstelling voor dit boek:
Mail dan een verzoek naar: redaktie
Meer historische informatie over de Stellingwerven kan ook worden gevonden op de website: www.home.zonnet.nl/destelling/
Historische Feiten| De naam Oldeholtpade | |
| Een blik in het verleden | |
| Het landschap | |
| Historische wetenswaardigheden | |
| Historie straatnamen | |
| Monumenten in Oldeholtpade | |
| De kerk |
Hoewel het op het eerste gezicht heel eenvoudig lijkt de herkomst van de naam Oldeholtpade te verklaren, blijkt de praktijk het tegendeel te bewijzen.
Met het simpele "oude bos pad" kan de zaak beslist niet worden afgedaan.
Wij moeten ver in de geschiedenis terug wanneer we in een oorkonde uit 1204 vor de eerste maal de naam "Holenpathe" aantreffen waarmee het latere Oldeholtpade wordt bedoeld.
De "t" ontbreekt en van "pade" is nog geen sprake. In een latere oorkonde uit 1320 is dat ook nog niet het geval, wanneer daar "Oldeholpat" staat geschreven.
Drs. Philomène Bloemhoff-de Bruyn geeft in deel 1 van de "Veldnaemen van Stellingwarf" als verklaring dat het kan zijn dat de "t" er door ‘kopijisten’ in latere tijden aan toe is gevoegd, wellicht onder invloed van de namen die eindigen op "holtwolde". De vervorming van "pathe" naar "pade" zou zich op dezelfde wijze laten verklaren.
In het door J. Naarding samengestelde overzicht "Stellingwerver toponiemen" wordt gesteld dat men "Holenpathe" eigenlijk bedoeld zal zijn om juist dat "hole path" (en beslist geen andere) aan te geven. Hetgeen zou moeten worden uitgelegd als "het pad door de laagte".
B.J. Dekker schrijft in zijn publikatie "Oost Nederlandse familienamen" over het oude Germaanse woord "pathe", waarmee moeras of laag drassig land wordt aangeduid.
In Engeland waar veel Saksen tijdens de Grote Volksverhuizing (350-600 jaar na Christus) zijn neergestreken ligt het dorp Padform. In een akte uit 939 wordt dit beschreven als Pathford, hetgeen zoveel wil zeggen als: voogde, doorwaadbare plaats in het moeras.
Op grond van al deze gegevens mag een voorzichtige conclusie worden getrokken en wel dat de naamsverklaring van Oldeholtpade niet in het bos maar in het moeras moet worden gezocht of zoals drs. P.N. Noomen dat in de Prekadastrale Atlas van Weststellingwerf zo treffend heeft samengevat: "De veronderstelling ligt dus voor de hand dat dergelijke namen niet op de zandrug zijn ontstaan, maar uit het rivierdal zijn meegenomen".
Eigenlijk zo vreemd nog niet omdat nimmer moet worden vergeten dat eens grote delen van het dorpsgebied door een uitgestrekt moeras waren bedekt met daartussen slechts een verhoudingsgewijs betrekkelijk smalle hogen gelegen zandrug.
En dan is het nog zeker dat het gebied tussen de huidige Stellingenweg en de Linde in het verleden regelmatig te kampen had met langdurige overstromingen.
Hoewel een sluitende verklaring van de naam eigenlijk gezegd nog niet voorhanden ligt, lijkt het zeker geen gemakzucht te zijn wanneer de autochtone bevolking spreekt van : "Hooltpae" of "Oolpae" in plaats van "Hooltpae".
Wel wel zeker is dat zo rond het begin van de 14e eeuw het "Oude of Olde" aan de oude naam werd toegevoegd toen vanuit Holtpade het nieuwe dorp "Nieholtpad" (Nijeholtpade) werd gesticht.
Terug naar Historische feitenWat is er nu mooier dan te beginnen met het citeren van iemand die met eigen ogen moet hebben gezien hoe het dorp er ruim 200 jaar geleden er heen lag.
De schrijver van het in 1788 verschenen derde deel van de reeks "Tegenwoordige staat van Friesland" gaf de volgende beschrijving van Oldeholtpade:
"Oldeholtpade, ten westen van Nijeholtpade, komt daar mede ten aanzien van grond, landerijen, geboomte en bosschagie overeen, en heeft eene kerk met een spitsen toren, doch hooger en zwaarder dan die van Nijeholtpade en voorzien met twee klokken, een slagwerk en de noodige wijzerplaaten.
Ook heeft deeze tooren op de hoogte van ‘t muurwerk, daar het spits, dat evenals de Kerk met Leyen gedekt is, een aanvang neemt, een fraaien omgang, van welken men zo aangenaam een gezigt over de velden, bosschen, bouwlanden, enz. heeft, als waarschijnlijk nergens in Friesland is.
In t’Noorden loopen de landerijen tot aan de Scheen, of scheiding van Ter Idzerd, zijnde aldaar alle bouwlanden: daarentegen strekken zich dezelve Zuidwaarts uit tot aan de Linde, en zijn tot aan de Buitenweg bouw- en vervolgens meest weid- en hooilanden.
In ‘t Zuiden deezes Dorps, niet verre van den Buitenweg, op een heuvelachtigen grond staat een Korenmolen; doch de Kerkbuurt en boerewooningen staan alle aan de Binnenweg uit welken verscheidene lanen naar de Buitenweg loopen, en van daar eene naar den Molen. Tot dit Dorp, behoren 43 stemmen"
Verder schrijft de heer van der Aa in 1846 in zijn "Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden": "Oldeholtpade ligt tusschen bouwlanden , in een schoon boschrijk oord, waarvan waarschijnlijk zijn naam afgeleid is. Men telt er 80 huizen en 410 inwoners, die meest hun bestaan vinden in den landbouw en den veeteelt.
In het noorden loopen de landerijen, zijnde bouwlanden, weilanden en bosschen, tot aan de scheen of scheiding van Ter-Idsert. Daarentegen strekken zij zich zuidwaarts uit tot aan de Linde, en zijn tot aan den Buitenweg bouw- en weilanden en vervolgens meest wei- en hooilanden en heideveld, dat gebruikt wordt om heischalen voor de stallen te steken en tot zoden om te branden".
Terug naar Historische feitenOorspronkelijk werd het landschappelijk aanzicht van Oldeholtpade bepaals door uitgestrekte hakhoutbossen, ruige heidevelden met kuilen, hoogten en zandverstuivingen, plaatselijk doorsneden door uitgereden, uitgestorven en uitgelopen zandwegen en paden en moerassige laaglanden, die voor een deel van het jaar onder water stonden.
Nu vinden we daar slechts op een enkele plaats wat restanten van terug. De hakhoutbosjes overal verspreidt in het buitengebied zijn daarbij wel het meest in het oog springend. Zij herinneren nog aan de plekken waar zich eens de Helomabossen, Scheenebossen, Kerkebossen, de bossen van het landgoed Koningsbergen en het omvangrijke Docterbos bevonden. Van het Hussebos dat eens tussen de Hoofdweg en de Stellingenweg ten zuiden van de Kerkbuurt was gelegen, is geen enkel spoor meer terug te vinden. Op een enkele plaats geven de karakteristieke houtwallen de contouren aan waar eens het bos was. Een sprekend voorbeeld daarvan is het Baarda’s bos tegen de westgrens van het dorp tussen de Stellingenweg en het natuurreservaat "De Lendevallei".
Om nog wat van de natuurlijke heidevelden terug te vinden, is vrijwel een onmogelijke zaak geworden. In de volksmond zijn het de heide van Schulting, de Karkeheide (ook "Sparrebos" genoemd) en de heidehoogte die de herinnering staande houden. Maar ook deze veldnamen raken steeds verder op de achtergrond. Zo lag de "heide van Schulting" achter het huidige evenemententerrein en de "Heidehoogte" in de "Wester-Vikkerije" halverwege de Stellingenweg en de Linde. De vanaf de Stellingenweg achter de boerderij van Klaas Kraan zichtbare zandheuvel met de bomen erop, is alles wat daarvan nog over is. Op de "Karkeheide" bevindt zich sedert 1965 de nieuwe begraafplaats aan de Vinkegavaartweg.
Zandverstuivingen waren er op "Klein Zwitserland" en rond Koningsbergen. "Klein Zwiterland" vinden we ten westen van de Molenlaan. Jarenlang heeft de jeugd zich hier in het begin van de jaren ’50 vermaakt op de door hen zelf met veel zorg aangelegde fietscrossbaan.
De lage landen lagen uiteraard in het dal van de Linde. Op oude kaarten worden deze aangegeven als natte heide en natte hooilanden. Van dit karakteristieke landschap is helaas door onze voorouders niets aan ons nagelaten. De typische hooilanden met de Dotterbloemen en de Ratelaars zijn verdwenen evenals de natte moerasachtige heidevelden. Daarvoor in de plaats kwamen voor een deel de petgaten en de zethagen, eens ontstaan door het maken van turf. De veenarbeiders waren hier actief van de tweede helft van de 18e eeuw tot het begin van de 20e eeuw.
Zeker mogen in dit opzicht de karakteristieke houtwallen niet ontbreken. Op veel plaatsen in het dorpsgebied worden de kavelgrenzen erdoor gemarkeerd. Als door de mens opgeworpen aarden wallen dienden ze vanouds als eigendomsgrensscheiding en tot beschutting en kering van wild en vee. De beplanting die erop werd aangetroffen bestaat vooral uit eik met daarnaast ook berk, lijsterbes, soms meidoorn, sleedoorn, hazelaar en hulst.
Veranderingen in het landschap hebben plaatsgevonden door de uitvoering van de ruilverkaveling "Midden Tjonger" gedurende de jaren 1972-1994. Zoals bij iedere ruilverkaveling verdwenen oude elementen en kwamen er nieuwe voor in de plaats. In landschappelijk opzicht is het meest opvallende wellicht de niet geringe uitbreiding van het bosareaal en de bouw van twee boerderijen aan de rand van het Lindedal in de jaren 1984-1985.
Terug naar Historische feitenHistorische wetenswaardigheden
| De Linde | De Scheene |
| De Scheenebossen | Het Wandelbos |
| Koningsbergen | Kontermansburg |
De Linde is helaas ook al niet meer wat hij vroeger geweest is. Een was het een grillig kronkelend riviertje met verraderlijke draaikolken en ondiepten.
Ten behoeve van een betere waterafvoer werd dit langs de zuidgrens van Oldeholtpade stromende riviertje in 1924 gekanaliseerd (zie Kontermansbrug).
Slechts op enkele plaatsten is het oorspronkelijke beloop bewaard gebleven. Zoals in het natuurreservaat "De Lindevallei" waar nog een aantal gave meanders zijn gelegen. Jammer genoeg zijn deze ten prooi aan de verlanding gevallen. Ze blijven echter een zeer waardevolle herinnering bieden aan de toestand zoals die eens geweest is.
In de in het kader van de uitwerking van het ROM-project Zuid-Oost Friesland heeft de Gebiedscommissie Beekdal Linde in haar Gebiedsvisie het plan gepresenteerd om de Linde tussen de Noordwoldervaart en de rijksweg A32 in de toekomst weer de laten meanderen. Een en ander zal zijn beslag krijgen tijdens de uitvoering van de
ruilverkaveling "Beekdal Linde".
De oorsprong van de Linde ligt in het buurtschap Tronde ten zuiden van Makkinga. Bodemkundig onderzoek heeft aan het licht gebracht dat deze rivier ooit met water werd gevoed dat voor een groot deel afkomstig was uit het hoogveengebied dat in de omgeving van Oosterwolde en Fochtelo heeft gelegen. Het is hetzelfde gebied waar de bovenloop van de Tjonger te vinden is.
Bewust is niet gesproken van de bron van de Linde. Deze is er namelijk nooit geweest. Ontstaan als een woeststromende gletsjerrivier aan het eind van de derde ijstijd (circa 100.000 jaar geleden), was de Linde, toen als het ijs gesmolten was, aangewezen op het water dat uit het stroomgebied daar naar toe sijpelde.
Dit had tot gevolg dat de Linde de diepste plekken ging zoeken om de in verhouding geringe hoeveelheid water af te kunnen voeren. De vele bochten, die zo kenmerkend waren voor dit riviertje zijn daarbij ontstaan. Het was zo dat de inde ten oosten van de Kontermans gedurende de zomermaanden, in vroegere jaren, vaak droog lag. In deze toestand kwam verandering toen rond het midden van de 17e eeuw, de meergenoemde sluis bij Kontermans werd gebouwd.
Vooral bij storm was te merken dat de Linde voor eb en vloed stond. Het zeewater vanuit de Zuiderzee werd dan ver landinwaarts gestuwd. Ter bescherming van de aanliggende landerijen waren er reeds ver voor het begin van de 16e eeuw aan weerszijden dijken aanwezig.
Het vermoeden bestaat dat deze dijken daar reeds rond 1400 werden aangelegd.
De langs de noordoever van de Linde aangebrachte dijk strekte zich zelfs vanaf Schoterzijl uit tot achter Oldeholtpade.
Herhaalde malen in de geschiedenis is gebleken dat noch de zeedijken va de Zuiderzee noch de Lindedijken bestand waren tegen het stormgeweld. Zo werden o.a. in 1701, 1775, 1776 en 1825 grote gedeelten van genoemde dijken weggeslagen. Dit had telkenmale tot gevolg dat uitgestrekte gebieden in het westen van de gemeente onder het zoute zeewater kwamen te staan.
Tijdens de stormvloeden van 1776 en 1825 werd het water zo hoog opgestuwd dat zelfs een deel van de landerijen achter Oldeholtpade een paar decimeter onder het zeewater kwam te staan.
Teneinde een mogelijke herhaling van dergelijke rampen in de toekomst te voorkomen, werd er achter Oldetrijne dwars door het dal van de Linde een nieuwe dijk aangelegd in 1827. Op de plaats waar deze dijk de Linde kruist werd een keersluis aangebraacht (‘t Sas van de Linde).
Tegelijkertijd met het aanbrengen van deze voorzieningen had de achter Oldeholtpade gelegen Lindedijk een deel van zijn functie verloren. Immers bij hoog water werd de keersluis gesloten en kon het zeewater niet verder stroomopwaarts komen.
Geheel nutteloos was de dijk niet geworden want gedurende de winterseizoenen steeg het water veelal zo hoog dat vrijwel alle onbedijkte laaggelegen hooilanden onder water kwamen te staan. In deze toestand is in 1966 verandering gekomen toen het J.L.Hooglandgemaal bij Stavoren in werking werd gesteld en de Linde rechtstreeks met de Friese Boezem in verbinding werd gebracht.
De eerste tekenen van de definitieve afsluiting van de Linde van de Zuiderzee begonnen zich in 1843 af te tekenen. In dat jaar werd namelijk overgegaan tot de bouw van een keersluis nabij Kuinre. Deze sluis welke alleen bij extreem hoge waterstand werd gesloten, werd enige jaren later door een Schutsluis vervangen.
Toen in 1941 de Noordoostpolder werd drooggelegd verloor de Linde voorgoed de verbinding met het buitenwater.
Terug naar Historische wetenswaardighedenDe Scheene werd gegraven, toen daar in de Middeleeuwen in de bossen de grens tussen onder meer de dorpen Oldeholtpade en Ter Idzard moest worden aangemerkt.
In oude belastingboeken (1542) wordt de Scheene dan ook vrij algemeen als de "Landtscheydinghe" aangegeven.
De eigenlijke Scheene is te volgen vanaf de grens van Nijeholtpade met Oldeberkoop tot aan de Lindedijk achter Spanga. Achter Oldeholtpade is de Scheene niet meer dan een sloot m aar in de "westhoek" een waterloop van zo’n 10 meter breedte met aan
weerszijden het unieke natuurreservaat "De Rottige Meenthe".
Terug naar Historische wetenswaardighedenDe eigenlijke Scheenebossen strekten zich ooit ter weerszijden van de Scheene uit van
Nijeholtpade tot voorbij Sonnega. In het kader van de ruilverkaveling ‘Midden
Tjonger’ kreeg een deel van het Scheenegebied het oude aanzien weer terug.
Terug naar Historische wetenswaardighedenAan de oostkant van het dorp ligt het grootste bosgebied dat Oldeholtpade rijk is.
In de volksmond spreekt men van "De Wandelbos". Met recht want sinds jaar en dag is dit de enige laats waar je, als je dat wilt, echt uitgebreid in het bos kunt wandelen.
Het Wandelbos bestaat uit een aantal aaneengesloten hakhoutbosjes. Het zijn de restanten van het bosgebied dat voordat ds. Hofstee met zijn ontginningsactiviteiten begon, een groot deel van de zogenaamde pastoriegoederen bedekte.
Door De Wandelbos liep indertijd van de oude Bovenweg - beginnende naast de woning Stellingenweg 17 en eindigende bij de "Hoeke van de Dominee" - een openbaar wandelpad. In het Notulen en verslagenboek van Vereniging voor Plaatselijk Belang wordt in 1919 gesproken over de aanleg en het doorkappen van een wandelpad door de Vikkeri'je. Wellicht is dit het genoemde pad geweest.
Het wandelpad verloor de openbare status op 22 februari 1992 toen de Akte van Toedeling van de ruilverkaveling "Midden Tjonger" ten overstaan van notaris Mr G.K. Schipmölder in het openbaar werd gepasseerd.
In 1924 werd in De Wandelbos de openbare begraafplaats aangelegd. En in gebruik genomen. Deze kwam in de plaats van het kerkhof rond de kerk toen daar geen begraafmogelijkheden meer waren. Sedert 1828 hadden hier alle ter aardebestellingen plaats gevonden, toen het niet meer toegestaan was om in de kerk te begraven.
Naast een aantal opmerkelijke familiegraven kent de begraafplaats twee bijzondere bomen. Nabij de ingang de fraai gevormde ernstig beschadigde Lindeboom en verder de imposante Treurbeuk.
Jammer is dat deze boom in de tachtiger jaren door onvakkundig snoeien werd vernield. Vermeldenswaard is zeker dat het toegangshek in 1924 werd gemaakt door de plaatselijke smid, Wessel de Vries.
Aan het eind van de oprijlaan naar de begraafplaats was een rondrijmogelijkheid voor de lijkwagen gemaakt. Een enkele rodondendron herinnert nu nog slechts aan het plantsoentje dat moest worden gerond.
In het begin van de jaren '60 moest opnieuw aan uitbreiding van de begraafplaats worden gedacht. De ligging in het waterwingebied, thans grondwaterbeschermings-gebied genoemd, van het Pompstation Oldeholtpade, stond het uitbreiden van de bestaande begraafplaats ter plaatse in de weg. Reden waarom uigeweken werd naar de Sparrebos aan de Vinkegavaartweg. De nieuwe begraafplaats kwam daar in 1964 gereed.
Karakteristiek voor De Wandelbos zijn zeker de vele Hulstbomen die er groeien. Vooral in de omgeving van "Hoeve de Huls" komen ze in grote getale voor. In de vijftiger jaren was de opgroeiende jeugd van Oldeholtpade hier vaak te vinden. Het kerven van initialen, dikwijls in de vorm van liefdesverklaringen, in de zachte bast van de hulstbomen was daarbij een geliefde bezigheid. Dat dit na ruim vijftig jaar nog het geval kan zijn, kan worden toegeschreven aan de in deze streken geldende ongeschreven Wet, dat Hulstbomen niet gekapt mogen worden.
Dan staat in De Wandebos nog de Eikeboom die in 1909 geplant schijnt te zijn ter ere van de geboorte van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana. De Julianaboom kan men midden in het pad vinden dat tegenover de weg naar het pompstation begint. Daar waar het pad uit elkaar wijkt, is de plaats die men zoekt.
Terug naar Historische wetenswaardigheden
Wanneer men wil weten waar Koningsbergen of Keuningsbargen is gelegen binnen de grenzen van Oldeholtpade dan wordt men als het goed is verwezen naar het gebied dat ligt ten zuiden van de Stellingenweg en ten oosten van de Vinkegavaartweg.
Voor de herkomst van de naam "Koningsbergen" is nog geen verklaring gevonden. In een in 1805 uitgegeven Leeuwarder Courant lazen wij het bericht dat op 3 juni van dat jaar het landhuis "Koningsbergen" met bijbehorende bossen te koop werd aangeboden. Het complex werd op 15 oktober 1805 aangekocht voor een bedrag van 1150 goudguldens door het echtpaar Roelof Sjoerts Hofstee en Popkjen Pieters. In de koopakte wordt het gekochte omschreven als "een zeer aangenaamverblijf, Koningsbergen genaamd".
De kaart van Eekhoff (1850) geeft aan dat dit landhuis eens moet hebben gestaan aan en ten westen van de eens zo belangrijke verbindingsweg tussen het oude Friesland en Drente, op circa 350 m. van de Stellingenweg.
Er wordt wel eens beweerd dat hier op Koningsbergen in vroegere dagen een soort stins moet hebben gestaan. Te vergelijken met de Stins van Ter Idzard. Dit "voorname huis" zou volgens overlevering op de plaats van het landhuis hebben gestaan totdat het door brand werd verwoest.
In verband hiermee is het waarschijnlijk interessant te weten dat het onderschrift van één van de vele door de bekende Amsterdamse tekenaar Jacobus Stellingwerf gemaakte tekening luidt: "Het huis Lieuwenburg onder Oldeholtpade in de grietenij van Stellingwerf Westende, behorende den Heere Augustinus Lycklama à Nijeholt 1723"
Geschiedkundigen veronderstellen echter dat in plaats van Oldeholtpade, Nijeholtpade moet worden gelezen en dat met "Lieuwenburg", "Leemburg" werd
bedoeld, de stins die ooit aan de Vriesburgerweg in Nijeholtpade heeft gestaan en die in 1723 eveneens toebehoorde aan "den out Grietman Augustinus Lycklama à Nijeholt".
Uit het Floreencohier van Oldeholtpade blijkt evenwel dat dezelfde Augustinus, toen nog Grietman van Opsterland, in 1700 te boek staat als de halve eigenaar van "eene Zaate Lants, streckende de Schene tot de Linde". Nu wil het geval dat het huis "Koningsbergen" binnen de kavelgrens van deze sate was gelegen.
Het zal toch niet zo zijn dat veronderstelling van de geschiedkundigen door de jaren heen niet juist is geweest en dat huize Lieuwenburg wel degelijk in Oldeholtpade heeft gestaan.
Opgravingen zouden mogelijk een oplossing kunnen bieden, helaas is in het begin van de jaren '60 het gehele gebied rond het voormalige landhuis afgegraven. Alle sporen zijn daardoor naar alle waarschijnlijkheid weggewist. Wellicht zal nooit aan het licht komen of bovenstaande veronderstelling op waarheid berust.
Van Augustinus Lycklama à Nijeholt kan nog worden verteld dat hij in 1670 werd geboren als zoon van de toenmalige grietman van Ooststellingwerf, Lubbert Piers Lycklama à Nijeholt. Hij overleed op 22 juni 1744 te Beets. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in het familiegraf aldaar. Een imposante steen siert daar zijn laatste rustplaats.
Dat er op Koningsbergen tegenstellingen bestonden komt misschien wel het duidelijkst naar voren uit het feit dat er daar tot in het begin van de 20e eeuw nog holbewoners woonachtig waren. De gebroeders Velt mogen wat dat betreft de laatsten worden genoemd. Eén van deze broers stond bekend als dichter van menig "schoon spotlied". Door de kinderen werden die op zeurderige wijs aangeheven bij het naar school gaan. De eenvoudige grafsteen van Marinus Velt onder de karakteristieke beukeboom op de oude begraafplaats in De Wandelbos houdt de herinnering aan deze typische dorpsfiguren in stand.
Wanneer over Koningsbergen wordt gesproken mag zeker niet onvermeld blijven dat tot op de dag van vandaag het verhaal de ronde doet dat hier een veldslag tussen de Frieze legers en die van de Romeinen zou hebben plaatsgevonden in het jaar 28 na Chr. Helaas is er tot nu toe geen enkele aanwijzing waaruit ook maar op enigerlei wijze mag of kan worden afgeleid dat hier de wapens inderdaad hebben gekletterd.
Terug naar Historische wetenswaardigheden
De verbinding over de Linde In de Vinkegavaartweg staat bekend als de Kontermansbrug. Reeds eeuwen lang maken de mensen uit de omgeving gebruik van deze overgang. Op de kaart van Schotanus uit 1718 komen wij op deze plaats de aanduiding "Hille" en "Lindeverlaat" tegen. Uit deze namen vallen twee dingen af te leiden en wel dat er een eenvoudige brug was en een sluis.
Wanneer we een vijftig jaar verder terug gaan in de geschiedenis dan zien we dat in 1642 door de Provinciale Staten van Friesland o.a. aan een zekere Thomas van Stakenbroeck, Luitenant Generaal der Verenigde Nederlanden, vergunning wordt verleend voor het bouwen van een vijftal sluizen. Het Lindeverlaat was daar één van. Deze werkzaamheden hielden verband met het graven van de Noordwoldervaart. Op de kaart van Eekhoff uit 1850 staan de namen "Draai het Hille" en "Kontermansverlaat" aangegeven. Weer twee opmerkelijke zaken. In de eerste plaats dat de brug over de sluis een een draaibrug is en in de tweede plaats de naam Kontermans. De naam houdt zeker verband met de legendarische Jan Harmen Kontermans die daar rond het midden van de 18e eeuw als "schutmeester" werkzaam was.
Gevoeglijk mag worden aangenomen dat de eerste turgschepen in deze sluis rond 1650 konden worden geschut. Het was een heel simpele sluis, het best te vergelijken met een stuk van de Linde dat over een lengte van ongeveer 25 m. aan weerszijden was afgesloten door een stel deuren.
Het einde van de sluis kondigde zich in 1924 aan toen in het kader van de kanalisatie van de Linde even voorbij de Noordwoldervaart een nieuwe schutsluis gebouwd werd. Of de Kontermanssluis van toen nog, dezelfde sluis was als die welke daar in de 17e eeuw werd aangelegd, valt te betwijfelen. Bij de bouw van een nieuwe brug over de sluis in 1909 had men namelijk "veel onzichtbare paalwerken aangetroffen, vermoedelijk afkomstig van een vroegere sluis".
Deze nieuwe vaste brug die de naam Kontermansbrug kreeg toegemeten werd gebouwd over het westelijk sluishoofd, dit in tegenstelling tot de oude draaibrug die zich boven de oostelijke sluisdeuren bevond. Met de bouwvan deze brug schreven de waterstaatstechneuten van de provincie Friesland uit die tijd historie. Het was de eerste betonbrug met een overspanning van 10 m. die ooit in de provincie was gebouwd. De brug die nu de oevers van de Linde verbind werd in 1970 aan de westzijde van de oude Kontermansbrug neergelegd.
Terug naar Historische wetenswaardigheden
BuitenkampDeze straat is gelegen in de nieuwbouwijk "De Kampen". Dit woord is afgeleid van het Stellingwerfse woord "De Kaampe", dit betekent zoveel als een perceel grond en heeft daarom niets met de door de Tweede Wereldoorlog besmette aanduiding "kamp" te maken.
Een groot gedeelte van deze wijk is gebouwd op een deel weiland wat vroeger "De Kaampe" werd genoemd.
Het perceel grond wat vroeger Buitenkamp werd genoemd was gelegen ten zuiden van de Bovenweg (nu Stellingenweg) in de omgeving van de Wester Vikkeri'je.
Terug naar historie straatnamen FranckenastraatAchteraf bekeken had eigenlijk de naam "van Franckenastraat" op het naambordje moeten staan. Op die manier zou deze familie de eer worden aangedaan welke past bij hun relaties met de van Heloma’s, de van Terwisscha’s en de Lycklama à Nijeholts.
Laten we maar zeggen dat de "c" dat gemis heeft goedgemaakt.
De Franckena’s zijn indertijd zeker mensen van aanzien geweest in Oldeholtpade.
De naam Franckena komen wij tegen op een grafsteen in het gangpad van de kerk. Op het graf van de in 1620 geboren Regnerus Franckena werd deze steen in 1668 gelegd. Hij was net als zijn vader Francke Regneri Franckena dat was geweest, secretaris van Stellingwerf Westeijnde. Helaas valt door de tand des tijds weinig meer te lezen op de grafsteen. Hetzelfde moet worden gezegd van de steen van Abelus Bertholdi Franckena, die van 1638-1673 dominee was in de kerkelijke gemeente Oldeholtpade, Nijeholtpade, Ter Idzard en Oldeholtwolde. Dat de "van Franckena’s" tot de toenmalige "upper ten" mogen worden gerekend blijkt uit het feit dat een van de telgen uit deze familie net op Wolvega’s grondgebied ten noorden van de Hoofdweg een "aanzienlijk huis" liet bouwen.
De bekende Jacobus Stellingwerf uit Amsterdam heeft ons daarvan een prachtige pentekening uit 1723 achter gelaten. Het moet een huis zijn geweest met de allures van een kasteeltje dat omgeven was door een brede slotgracht. Toen deze tekening werd gemaakt was Joachimus (Jochem) Franckena (1652-1736) eigenaar. Hij was een ongehuwde zoon van de eerder genoemde Regnerus. Over de afbraak van deze "state" is helaas niets bekend.
Het is niet vreemd dat het 1984 gebouwde viaduct in de A32 over de Hoofdweg ter plaatse het opschrift "Franckena" draagt.
Terug naar historie straatnamen GorterwegPieter Gorte was bestuurslid van de Vereniging voor Plaatselijk Belang vanaf de oprichting op 14 februari 1939 tot en met de algemene ledenvergadering van 12 maart 1969. Tezamen met Gerrit F. Vos, heeft hij zich bijzonder ingezet voor het tot stand komen en ook in stand houden van wat later in de volksmond de verlengde Hamersweg zou worden genoemd. Tijdens de viering van het 25 jarig bestaan van de vereniging werd op 30 november 1964 besloten de huidige naam van P.J. Gorteweg daaraan te verbinden.
Het plan om een goede verbinding te maken tussen de toenmalige Bovenweg en de Hoofdweg werd geopperd in de vergadering van 9 maart 1939. Klaas de Jong was het die de kat de bel aanbond.
Hij hield een pleidooi om de bewoners van "achter de Bovenweg" zogezegd dichter bij het dorp te brengen. Tot 1947 duurde het voor alles in kannen en kruiken was. Struikelblok daarbij was de aankoop van de benodigde strook grond.
Dankzij de geweldige inzet van de inwoners kon het werk in betrekkelijk korte tijd worden geklaard. Zonder anderen daarbij te kort te willen doen mogen de bergen werk die onder de begeesterende leiding van bovengenoemde heren door de leden van de Sportvereniging S.V.O. werden verzet, zeker niet onvermeld blijven. Als dank daarvoor werd tijdens de algemene ledenvergadering van de Vereniging voor Plaatselijk Belang in 1947 aan het bestuur van S.V.O. een verenigingsvlag overhandigd.
Het voortbestaan van de P.J. Gorteweg kwam in 1974 aan een zijden draadje te hangen. Het Plan van wegen en waterlopen voor de ruikverkaveling "Midden Tjonger" voorzag namelijk niet in het handhaven van deze voor het dorp zo belangrijke verbindingsweg.
Een handtekeningenaktie onder de bevolking had tot resultaat dat het college van Gedeputeerde Staten in 1984 alsnog besloot de weg als fiets-voetpad te handhaven. De afsluiting voor gemotoriseerd verkeer werd in 1990 een feit.
Terug naar historie straatnamenDeze straat is gelegen in de nieuwbouwijk "De Kampen". Dit woord is afgeleid van het Stellingwerfse woord "De Kaampe", dit betekent zoveel als een perceel grond.
Een groot gedeelte van deze wijk is gebouwd op een deel weiland wat vroeger "De Kaampe" werd genoemd.
Het perceel grond wat vroeger Grote Kamp werd genoemd vormde onderdeel van het tegen de westgrens van Oldeholtpade gelegen Helomabos.
Terug naar historie straatnamen HamerswegBehalve dat deze weg een deel van ons dorpsgebied ontsluit, vormt de Hamersweg reeds vele jaren de directe verbinding tussen Ter Idzard en Oldeholtpade.
Het lijkt of deze weg daar altijd heeft gelegen. Niets is echter minder waar dan dat.
De aanleg dateert uit de jaren 1870-1873. In die jaren werd de "straatweg van de rijksstraatweg onder Oldeholtpade langs Ter Idzard tot den Grindweg onder Oldeholtpade", als klinkerweg aangelegd. Oorspronkelijk kenden de beide dorpen twee andere verbindingswegen, één door de Scheenebos en één op de oostkant van het dorp vanaf de Idzardastins te Ter Idzard zuidwaarts lopend. Daarnaast was er op een gegeven moment het "Schoelepad" dat vanaf de Idzardaweg tegenover de Ned. Hervormde Kerk op de Hoofdweg uitkwam. Dit voetpad kende een houten vlonder over de Scheene met een breedte van 0.30 , een lengte van 4.30 m en een houten leuning. Veel kinderen van het oosteinde van Ter Idzard hebben hier door de jaren heen (tot 1960) gebruik van gemaakt om de school in Oldeholtpade te bezoeken.
Voordat de Hamersweg onder de naam Nieuweweg op de huidige plaats werd aangelegd, liep een paar honderd meter westelijker de oude "weg naar Ter Idzard". Deze lag in het verlengde van de daar aanwezige laan juist binnen de bebouwde kom naast het pand Hoofdweg 58. Langs de tegenover gelegen boerderij slingerde dat zandpad door de bos en over de heide naar het noorden.
De naam Hamersweg herinnert aan de op 30 juli 1863 geboren Jan Titus Jozef Hamers. In 1938 toen Hamers zijn 75e verjaardag vierde, meende het toenmalige gemeentebestuur van Weststellingwerf hem vanwege zijn verdiensten als raadslid te moeten eren door zijn naam voor altijd aan de weg te verbinden. De weg lag namelijk naast de boerderij "Terwisscha-sate" te Ter Idzard waar hij een deel van zijn leven gewoond en gewerkt had. De heer Hamers overleed op 4 juli 1958.
Terug naar historie straatnamen HesselinghstraatDe in Steenwijkerwold geboren Mr. Cornelius Hesselingh staat in 1542 als "dorpspastoor van Holpade" te boek, een functie die hij daar 57 jaar schijnt te hebben bekleed.
Van wanneer tot wanneer hij zijn pastoorsambt precies heeft uitgeoefend is namelijk niet bekend. Wel is het zo dat zijn naam in 1510 al wordt genoemd en dat hij op ongeveer 85 jarige leeftijd "zalig insliep".
De heer Hesselingh studeerde in Keulen, waar zijn oom, Nicolaas Hesselingh professor in het kerkelijk recht was. In 1536 werd deze zelfs tot rector van de Universiteit gekozen. Velen uit de omgeving van Steenwijk gingen destijds naar Keulen om daar een titel te behalen. Zo werd Cornelius Hesseling daar meester in de vrije kunsten en behaalde hij een graad in het kerkelijk recht. De beste herinnering die aan deze dorpspastoor bewaard is gebleven, is de kerk, die hij heeft laten bouwen en die in 1545 gereed kwam en werd gewijd aan de Heilige Stephanus.
Slechts tot de Reformatie van 1580 heeft deze kerk de Katholieke Gemeenschap mogen dienen. In dat jaar werd de R.K. Eredienst verboden. Het Katholieke Geloof kon daarna jarenlang alleen in het geheim worden beleden.
Toen de tijden veranderden kreeg de parochie in 1745 met hulp van de familie van Terwisscha toestemming voor de bouw van een nieuwe katholieke kerk in Oldeholtpade.
Deze eenvoudige kerk heeft gestaan op de plaats waar nu de boerderij Hoofdweg 67 staat.
In 1859 kondigde zich het eind van deze kerk aan. Hij was toen zo bouwvallig dat het gebruik eigenlijk onverantwoord was geworden. Lange tijd heeft men gediscussieerd of men tot herstel ter plaatse zou overgaan. Uiteindelijk besliste de aartsbisschop van Utrecht dat de nieuwe kerk aan de oostkant van Wolvega moest worden gebouwd.
In het Collecteboek van de parochie van 6 oktober 1861 wordt omtrent de afbraak het volgende genoteerd:
"20ste Zondag na Pinksteren, zijnde dit de laatste Zondag dat het H. Misoffer in de kerk te Oldeholtpade is opgedragen en van dien dag af de kerk buiten toegang is gesteld.
Verder heeft men op Maandag den 7e October een aanvang gemaakt met het afbreken van de oude kerk. En Donderdag den 10e October was dezelve geheel afgebroken uitgezonderd de Pastorie welke provisioneel is blijven staan. De reden waarom dezelve zoo spoedig is afgebroken waren, omdat men zoo als de vloer, de leggers, koorbalkens en vloer van het koor in de nieuwe kerk te Wolvega in die week moest gebruiken".
Na de afbraak van de oude kerk werd de pastorie onderdeel van de boerderij die ter plaatse gebouwd werd. Het geheel ging helaasdoor brand verloren op 20 januari 1963.
Terug naar historie straatnamen HofsteestraatDs. H. Hofstee, was predikant bij de Ned. Hervormde gemeente in Oldeholtpade en Nijeholtpade. Hij werd op 9 september 1868 te Finsterwolde in Oost-Groningen geboren. Op de 25ste juni 1899 ging hij als opvolger van dr. Wilod Versprille voor de eerste keer in Oldeholtpade voor. Zowel bij de kerkelijken als bij hen, die niet aan het kerkelijke leven deelnamen, genoot deze zieleherder groot aanzien. Buiten zijn ambtelijke werk heeft ds. Hofstee zich vooral bezig gehouden met het in cultuur brengen van de pastorale landerijen.
In 1936 was vrijwel alle woeste "pastoriegrond" omgezet in vruchtbare landbouwgrond met uitzondering van de Sparrebos (Karkeheide), de Wandelbos en het Paepentuuntien. Op 12 november 1939 gin ds. Hofstee met emiraat. In de ouderdom van 73 jaren overleed hij in Groningen.
Terug naar historie straatnamen HoofdwegDe Hoofdweg vormt sinds mensenheugnis de levensader van het dorp. Langs deze weg heeft zich in de loop der eeuwen het karakteristieke streek- of wegdorp gevormd. Bekende buurtschappen waren de Molenbuurt en de Kerkbuurt.
De naam Hoofdweg is er niet altijd aan verbonden geweest. Het zou wel eens kunnen zijn dat toen in 1931 de tot die tijd bestaande grindweg werd geasfalteerd, de nieuwe naam werd gehanteerd.
Voor die tijd was het de Grindweg, dat alles te maken had met de grintverharding die er zo rond 1858 op was aangebracht. Op voorstel van Burgermeester en wethouders van Weststellingwerf van 12 juli 1938 werd de naam Hoofdweg officieel aan de weg verbonden.
Voor de verharding met grid was het een zandpad of wat daar voor door mocht gaan. Men sprak toen van de Binnenweg.
Zoals nu overal de naam Hoofdweg wordt aangetroffen, was de naam Binnenweg in de zuid-oosthoek van Friesland er één die vroeger overal werd gebruikt. De huidige Binnenweg in Nijeholtpade is daar nu nog een sprekend voorbeeld van. Onlosmakelijk waren aan deze Binnenwegen de Buitenwegen verbonden. Deze Buitenwegen of Bovenwegen zoals ze ook wel genoemd werden liepen min of meer parallel aan de Binnewegen, langs de randen van de zandruggen (zie Stellingenweg). Behalve als weg heeft de Hoofdweg tot de indijking van de Zuiderzee (1932), dienst gedaan als slaperdijk voor de Lindedijk om het achterland tegen het overstromen met zout zeewater te beschermen wanneer deze laatste het mocht begeven. In dat verband is de Hoofdweg in 1777 nog opgehoogd.
Terug naar historie straatnamen Lolkema leaneDe laan vanaf de Stellingenweg naar de hooilanden bij de Linde, waarop het fietspad is aangelegd, droeg namelijk van oudsher de naam "Lolkema’s laene" of "Lolkema’s singel". Verder lag er op de plaats waar nu de witte ophaalbrug de beide oevers van de Lindemet elkaar verbindt, een uit 1925 stammende draaibrug met de naam "Lolkema’s brogge". Daarvoor waren daar de "bartens van Lolkema", een eenvoudige brug bestaande uit losse houten balken welke diende om de eigendommen van de familie Lolkema aan weerszijden van de Linde met elkaar te verbinden.
Terug naar historie straatnamen LycklamastraatHet geslacht (van) Lycklama (à Nijeholt) leverde in het verleden met name aan de zuid-oosthoek van Friesland een aantal Grietmannen en Burgermeesters.
Stamvader van het geslacht was de Saksische, Bourgondisch gezinde, uit Steenwijk afkomstige, Lyckle Eables. Deze vestigde zich indertijd aan de Slingerweg op huize Friesburg in Nijeholtpade. Hij was in 1512, Grietman van Stellingwef Westeynde. De familienaam (van) Lycklama werd in de 17e eeuw ergens tussen 1611 en 1679 door nazaten van Lyckle Eables aangenomen, later werd er door een ander familielid, "à Nijeholt" aan toegevoegd.
Aan de straat heeft men de naam van Rincko van Lycklama willen verbinden. Hij was van 1626-1637, grietman van onze gemeente. Zijn naam kwam voor op één van de twee luidklokken die ooit in de in 1608 gebouwde toren heeft gehangen. Mogelijk is dat zelfs de eerste luidklok geweest die de toren heeft getorst. De tekst op deze klok luidde: "Het dorp Oldeholtp heeft deze clocke laten maken als mijnheer Rinck van Lycklama, Grietman was van Stellingwerf Westeynde 1636".
De klok raakte rond de eeuwwisseling gebarsten. Het heeft tot 1934 geduurd voordat hij door een nieuwe vervangen werd.Tot die tijd deed alleen de in 1738 gegoten ‘kleine klok’ dienst als luidklok.
In opdracht van de bezetters werden op 7 april 1943 door de aannemer P.J. Meulenberg uit Heerlen en de uitvoerder E.L. Rensink uit Brummen de klokken uit de toren gehaald. Het enige wat men nog van de gebeurtenis weet te vertellen dat ze per auto richting Heerenveen zijn verdwenen. De nu in de toren aanwezige klok wer in 1946 in opdracht van de kerkvoogdij in Midwolde gegoten door de klokkengieter Jacobus van Bergen.
Terugkomend bij Rincko van Lycklama mag zeker niet onvermeld blijven dat de oorspronkelijke "Lycklama-stins" in Wolvega in zijn opdracht rond 1630 werd gebouwd.
De enige herinnering aan de van Lycklama’s in Oldeholtpade is mogelijk de wapensteen met inscriptie die in het begin van de 17e eeuw in de westmuur van de toren moet zijn aangebracht. Deze wordt toegeschreven aan de familie (van) Lycklama (à Nijeholt). Helaas valt van zowel het eigenlijke familiewapen als de daaronder aangebrachte tekst weinig of niets meer te ontcijferen. Met wat goede wil mag in de rechterbovenhoek het jaartal 1608 worden gelezen. Daar ook uit overkevering niets bekend is over de tekst, zal het altijd wel een raadsel blijven welke boodschap daarop vermeld staat.
Terug naar historie straatnamen MolenlaanIn het verlengde van de P.J. Gorteweg loopt sinds jaar en dag de Molenlaan, een weg met een voor de hand liggende naam.
Voor op het erf van de "Meulepollehoeve" (Stellingenweg 42), juist achter het huidige toegangshek, heeft namelijk vele jaren een korenmolen gestaan.
Reeds op de bekende kaart van Schotanus van de gemeente Weststellingwerf uit 1664 staat ter plaatse een molen aangegeven. Het bouwjaar is niet bekend en evenmin hoe dit bouwwerk er uit heeft gezien. Er mag evenwel vanuit worden gegaan dat die molen in 1770 werd afgebroken. In dat jaar namelijk werd op dezelfde plaats een nieuwe korenmolen gebouwd. Het was er één van het type, standerkorenmolen. Zoals de naam aangeeft was deze molen als het ware op een standaer geplaatst en moest in zijn geheel in of uit de wind worden gekruid.
In 1824 kwam de molen in handen van Yske Sents van der Meer, die tezamen met zijn vrouw Aaltje Everts Akkerman en hun negen zoons en drie dochters een druk bestaan hadden.
De laatste molenaar was hun zoon Klaas, die met zijn eveneens ongetrouwde broers Tjeerd en Evert, naast de molen, een bakkerij exploiteerde. Ook hadden ze een boerderij , handelden in hout en waren groot imker.
Niet onvermeld mag blijven dat het te malen graan voor een deel via de toenmalige Schipsloot (later Molenwijk genoemd) vanuit de Linde per schip werd aangevoerd. Deze eens zo belangrijke opvaart is nu niet meer dan een smal slootje in het verlengde van de Molenlaan.
Wanneer deze molen het veld heeft geruimd vertelt de historie niet. Slechts een aanwijzing daaromtrent kan worden gevonden in het verzoek dat per ongedateerde brief in 1874 door "Jan Yskes van deer Meer, Bakker wonende te Oldeholtpa als mondeling gelastigde van zijn moeder Aaltje Everts Akkerman van Bakkersbedrijf te Oldeholtpade" bij Gedeputeerde Staten van Friesland wordt ingediend voor de bouw van een "windkorenmolen" aan de Hoofdweg. In dit schrijven wordt namelijk tevens gevraagd om hun molen aan de molenlaan, na de bouw van de nieuwe, af te mogen breken.
De nieuwe molen aan de Hoofdweg (nummer 116) is tot 1915 in vol bedrijf geweest. Op 15 augustus van dat jaar brak brand uitin de molen tengevolge van blikseminslag. Oldeholtpade verloor daarmee een karakteristiek bouwwerk, dat helaas in zijn geheel niet weer werd opgebouwd. Het overgebleven gedeelte werd van een dak voorzien. De graanmalerij werd voortgezet door middel van een door een dieselmotor aangedreven stel maalstenen.
Boven de deuren van de bouwval, die in 2001 is afgebroken, was nog een steen woorop de initialen A.A.E. stonden, als herinnering aan Aaltje Everts Akkerman die eens opdracht gaf tot het bouwen van de molen.
Terug naar historie straatnamen OltholtstraatJohannes Gosvi Oltholt was rond 1650 als "Notaris Publique ende Proculaat" verbonden aan "den Gerechte van Stellinckwerf- Westeijnde"
Het "gerechte" behoorde tot de zogenaamde "Nedergerechten". Sedert de Saksische tijd (1498-1515) waren dat de lagere rechtbanken in stad en grietenij, naast het in 1499 opgerichte Hof van Friesland.
De Nedergerechten vonnisten in civiele zaken in eerste aanleg, met beroep op het Hof. In strafzaken behandelden zij slechts kleine vergrijpen. De komst van Napoleon betekende het einde van de plaatselijke rechtspraak.
De oudste bewaarde stukken van het Nedergerecht van Weststellingwerf dateren uit 1592. Uit de tijd dat Oltholt hier zijn ambt uitoefende zijn op het Rijksarchief in Leeuwarden nog vele zaken bewaard gebleven en voor de liefhebber op micro-fiche in te zien.
Waar de hoogwaardigheidsbekleder Olthof ooit heeft gewoond is niet bekend.
Als tastbare herinnering bevindt zich in het gangpad van de kerk, ter hoogte van de preekstoel, een steen die na zijn overlijden in 1669 op zijn graf werd geplaatst.
Het markeert echter niet de plaats waar eens de stoffelijke resten ter aarde werden besteld. Tot voor de in de jaren 1983-1985 uitgevoerde restauratie van de kerk lag de steen ter hoogte van de toren achter de kerk op het kerkhof. De vraag is echter of ook dat de plaats van het graf was.
Opmerkerlijk is te zien hoe deze fraaie grafsteen de jaren heeft getrotseerd, de scheuren daargelaten. Direct valt het familiewapen in het oog. Om niet te achterhalen reden is dit wapen aan het einde van de 18e eeuw toen met de komst der Fransen in 1795 het democratische beginsel "der gelijkheid" zegevierde, niet weggehakt. Andere grafstenen in het koor van de kerk zijn de stille getuigen van de vernielzucht uit een woelige tijd.
Het familiewapen van Oltholt toont de halve Friese adelaar, die geflankeerd wordt door een eikeblad en twee eikels. Verder ontbreken de vier karakteristieke tekens van het leven niet, de zandloper, het doodshoofd, de gekruiste schrenkels en het hart.
De verbindingsweg tussen de Hoofdweg en de Stellingenweg draagt deze naam sinds 1970. De weg werd in 1909 als zandweg aangelegd in de plaats van een pad dat langs de boswal ten westen van de huidige Pasmalaan liep van de Hoofdweg naar de Kontermans.
Daarvoor was sinds 12 november 1936 de naam Kontermansweg er aan verbonden geweest. Hoewel de naam Hoeveweg bij de meeste inwoners meer voor in de mond lag. Bij de beschrijving van de Vinkegavaartweg wordt hier verder op ingegaan.
Lieuwke Pasma was de opvolger van Romke Viersen, als hoofd van de school in Oldeholtpade. De markante hoofdonderwijzer met zijn kromme pijp en viool, leidde de school met strakke hand in de jaren 1924-1954.
De aan weerszijden van deze weg aanwezige laanbeplanting van Amerikaanse eiken, werd daar door de schooljeugd in 1926 geplant.
Terug naar historie straatnamen ScheenebospadIn het kader van de uitvoering van de Ruilverkaveling "Midden Tjonger" werd in 1984 een fietspad aangelegd tussen de Idzardaweg op het west van Ter Idzard en de ontsluitingsweg van het Pompstation van de Waterleiding Friesland in Oldeholtpade.
Ter elfde ure kon nog juist voor het beëindigen van de ruilverkavelingswerken in 1992 een ontsluitingsweg voor het Scheenebosgebied worden gerealiseerd die aansluiting gaf op het genoemde fietspad. De ontsluitingsweg en het fietspad vormen als rondfietsroute thans een twee-eenheid.
Hoewel destijds verschillende andere namen werden voorgesteld, werd de naam "Scheenebospad" als de meest voor de hand liggende naam aangemerkt door de Raad van de gemeente Weststellingwerf.
Terug naar historie straatnamen
ScheenekampDeze straat is gelegen in de nieuwbouwijk "De Kampen". Dit woord is afgeleid van het Stellingwerfse woord "De Kaampe", dit betekent zoveel als een perceel grond.
Een groot gedeelte van deze wijk is gebouwd op een deel weiland wat vroeger "De Kaampe" werd genoemd.
De naam Scheenekamp werd genoemd in een verkoopboekje uit het begin van de vorige eeuw. De exacte locatie van dit perceel kon nog niet worden getraceerd maar dat het tegen de Scheene aanligt is een duidelijk gegeven.
Terug naar historie straatnamen
stellingenwegDe huidige provinciale verkeersweg van Wolvega naar Oosterwolde, bekend als de S7, werd in de jaren 1959-1962 aangelegd op de plaats waar eens de zo pittoreske Bovenweg liep.
De Bovenweg bestond uit een zandpad (karrespoor) met ernaast een schelpenfietspad, van elkaar gescheiden door een rij paaltjes waarvan de koppen ieder jaar door de gemeente wit werden geschilderd. Aan weerszijden waren er brede boswallen.
De bovenweg of Boverweg werd ook wel Buitenweg genoemd. In Oldeholtpade werd deze weg ook aangeduid als "de Oolde wegh". Dit mag als bewijs worden gezien dat deze Bovenweg een heel oude verbindingsweg is geweest. Wellicht verbond deze weg Drenthe met Gaasterland.
De naam Stellingenweg is ontleend aan de Stellingen die eens het oude Stellingwerf "bestuurden". Tot 1504 waren er drie Stellingen met een eigen gebied waarin zij ieder voor zich het rechtscollege vormden. Gezamelijk bestuurden zij de Stellingwerven. In 1473 zetelden de Stellingen in Oldeholtpade, Steggerda en West-Nijeberkoop (het latere Nijeholtpade). Het ambt van Stelling wisselde jaarlijks. Zij werden gekozen uit de door alle dorpen afgevaardigde "dorpsstellingen". De Stellingen bleven op de één of andere wijze functioneren tot de revolutie van 1795.
Terug naar historie straatnamen
VinkingawegMet deze aanduiding wordt de weg aangegeven die vanaf de Stellingenweg via de Kontermansbrug naar Vinkega loopt. Oude inwoners spreken echter consequent van de Kontermansweg, Hoeveweg of Hoevegeweg. De oorzaak hiervan is dat deze weg tot 1970 Kontermansweg heette en in de volksmond daarnaast heel begrijpelijk, Hoeveweg werd genoemd. De reden van deze naamsverandering heeft te maken met de verbreding van de bestaande weg rond 1970, die nodig werd gevonden toen in het kader van de uitvoering van de ruilverkaveling "Linde Zuid" een nieuwe weg werd aangelegd vanaf de Kontermansbrug tot bij de kerk van Vinkega.
De naam is ontleend aan de Vinkegavaart waarop deze weg voor een deel werd aangelegd. De Vinkegavaart werd omstreeks 1647 als zijvaart van de Noordwoldervaart gegraven om de turf uit het hoogveengebied achter Vinkega en omgeving per schip af te voeren.
Terug naar het grondgebied van Oldeholtpade moet worden geconstateerd dat de weg niet altijd op de huidige plaats heeft gelopen. De oorspronkelijke verbinding met het gebied ten zuiden van de Linde lag over Koningsbergen. Ongetwijfeld is in deze situatie verandering gekomen toen rond 1645 op de plaats van de huidige brug in de Linde een sluis werd aangelegd en over deze sluis een eenvoudige draaibrug werd gebouwd. Op de kaart van Weststellingwerf uit de atlas van Eekhof (1850) staat een voetpad aangegeven vanaf de Hoofdweg. Tot 1913 is de Kontermansweg een zandpad geweest. In dat jaar werd een verharding van veldkeien aangebracht die afkomstig waren uit de Hoofdstraat Oost in Wolvega toen die gerenoveerd moest worden door de aanleg van een nieuwe veemarkt aldaar. In 1909 was het oorspronkelijke tracé van het pad dat voordien vanaf de Hoofdweg voor een deel langs de rand van de eigendommen van de Pastorie liep, reeds een 50 meter in oostelijke richting verlegd, toen "onder Oldeholtpade en Steggerda een zandweg, genaamd Hoeveweg", werd aangelegd voor f 5.800,35 .
Terug naar historie straatnamen
VinkingawegMet deze aanduiding wordt de weg aangegeven die vanaf de Stellingenweg via de Kontermansbrug naar Vinkega loopt. Oude inwoners spreken echter consequent van de Kontermansweg, Hoeveweg of Hoevegeweg. De oorzaak hiervan is dat deze weg tot 1970 Kontermansweg heette en in de volksmond daarnaast heel begrijpelijk, Hoeveweg werd genoemd. De reden van deze naamsverandering heeft te maken met de verbreding van de bestaande weg rond 1970, die nodig werd gevonden toen in het kader van de uitvoering van de ruilverkaveling "Linde Zuid" een nieuwe weg werd aangelegd vanaf de Kontermansbrug tot bij de kerk van Vinkega.
De naam is ontleend aan de Vinkegavaart waarop deze weg voor een deel werd aangelegd. De Vinkegavaart werd omstreeks 1647 als zijvaart van de Noordwoldervaart gegraven om de turf uit het hoogveengebied achter Vinkega en omgeving per schip af te voeren.
Terug naar het grondgebied van Oldeholtpade moet worden geconstateerd dat de weg niet altijd op de huidige plaats heeft gelopen. De oorspronkelijke verbinding met het gebied ten zuiden van de Linde lag over Koningsbergen. Ongetwijfeld is in deze situatie verandering gekomen toen rond 1645 op de plaats van de huidige brug in de Linde een sluis werd aangelegd en over deze sluis een eenvoudige draaibrug werd gebouwd. Op de kaart van Weststellingwerf uit de atlas van Eekhof (1850) staat een voetpad aangegeven vanaf de Hoofdweg. Tot 1913 is de Kontermansweg een zandpad geweest. In dat jaar werd een verharding van veldkeien aangebracht die afkomstig waren uit de Hoofdstraat Oost in Wolvega toen die gerenoveerd moest worden door de aanleg van een nieuwe veemarkt aldaar. In 1909 was het oorspronkelijke tracé van het pad dat voordien vanaf de Hoofdweg voor een deel langs de rand van de eigendommen van de Pastorie liep, reeds een 50 meter in oostelijke richting verlegd, toen "onder Oldeholtpade en Steggerda een zandweg, genaamd Hoeveweg", werd aangelegd voor f 5.800,35 .
Terug naar historie straatnamen
vosstraatToen tijdens de jaarvergadering van Plaatselijk Belang op 30 november 1964 in Café van der Meer gesproken werd over de naamgeving van de zogenaamde verlengde Hamersweg, kwam aanvankelijk de "G.F. Vosweg" ter sprake. Tezamen met Pieter Gorte had deze Gerrit Vos bijzonder veel werk verzet voor en tijdens het tot stand komen van deze belangrijke verbindingsweg.
De heer Vos die in 1924 werd aangesteld als veldwachter in Oldeholtpade en in 1936 benoemd werd tot hoofd van de Werkloosheidsvoorziening in Wolvega, wilde daar niets van weten.
De G.F. Vosstraat" is een postuum eerbetoon voor zijn inzet.
Terug naar historie straatnamen
WeidekampDeze straat is gelegen in de nieuwbouwijk "De Kampen". Dit woord is afgeleid van het Stellingwerfse woord "De Kaampe", dit betekent zoveel als een perceel grond.
Een groot gedeelte van deze wijk is gebouwd op een deel weiland wat vroeger "De Kaampe" werd genoemd.
Met de Weidekamp werd een perceel aangeduid dat even ten oosten van de P.J. gorteweg was gelegen aan de Stellingenweg.
Terug naar historie straatnamen
WesterhofstraatAls telg uit een van oorspronguit Oudeschoot afkomstige wagenmakersfamilie, liet Jan Hendrik Westerhof in 1850, juistop de plaats waar nu de Westerhofstraat op de Hoofdweg aansluit, een boerderij bouwen. Naast een landbouwbedrijf ging hij daarin een wagenmakerijbedrijf uitoefenen.
Tot 1879 heeft westerhof in dit pand gewerkt. In dat jaar vertrok hij naar Lippenhuizen om in 1884 weer op het oude nest terug te keren. Uiteindelijk heeft zijn zoon Baeke de wagenmakerij voortgezet tot 1923. In dat jaar nam zijn knecht Sent de Vries de zaak over. Enkele jaren later werd door hem het bedrijf naar de Hamersweg verplaatst.
De boerderij aan de Hoofdweg werd in 1982 afgebroken om plaats te maken voor de opdringende nieuwbouw. De drie Lindebomen die daar nu nog staan, stonden op het voorerf van de oude boerderij.
Vrij zeker zijn ze daar al spoedig na het gereedkomen van de boerderij in 1850, geplant. Dankzij de inzet van het bestuur van Plaatselijk Belang zijn deze bomen tegen de plannen van het gemeentebestuur in, behouden gebleven.
Terug naar historie straatnamen
WestersekampDeze straat is gelegen in de nieuwbouwijk "De Kampen". Dit woord is afgeleid van het Stellingwerfse woord "De Kaampe", dit betekent zoveel als een perceel grond.
Een groot gedeelte van deze wijk is gebouwd op een deel weiland wat vroeger "De Kaampe" werd genoemd.
De naam van het perceel grond met de naam Westerse kamp kwam voor in een
verkoopboekje uit de vorige eeuw. Deze naam was verbonden aan een perceel dat was
gelegen tussen de Hoofdweg en de Stellingenweg ten oosten van de Wandelbos.
Terug naar historie straatnamen
Wilfred BerrystraatDe 24-jarige Wilfred Robert George Berry was één van de Canadeze soldaten die op de 12e april 1945 in een hinderlaag van de bezetters viel en daarbij sneuvelde. Ter nagedachtenis werd op de plaats van de aanslg op 28 september 1945 een eenvoudige gedenkzuil onthuld.Toen in 1965 aan de eerste straat, die in het kader van de uitbreiding van het dorp werd aangelegd, een naam moest worden gegeven werd direct door de inwoners aan deze jonge Canadese dragonder gedacht. Het gemeentebestuur had aanvankelijk het idee om deze straat "De Jister" te noemen. Tegen deze naamgeving werd door de inwoners met succes actie gevoerd.
Tijdens een op 5 mei 1965 gehouden plechtigheid werd het straatnaambord door de 2e secretaris van de Canadese ambassadeur in Nederland, de heer Seymour, van de Canadese vlag ontdaan.
Daaraan vooraf vond een korte herdenking plaats bij het monument. Vrijwel alle inwoners van Oldeholtpade en nog vele andere belangstellenden, waaronder het voltallige gemeentebestuur en gemeentesecretaris van Weststellingwerf waren daar tezamen gekomen.
Naar een ontwerp van P. Oosting uit Oldeholtpade werd de in een monumentaler jasje gestoken gedenkzuil, op 4 mei 1990 onthuld.
Met de Canadese esdoorn die daar in 1945 geplant werd, vormt het nu een indrukwekkend geheel.
Terug naar historie straatnamen
| Het Wilfred Berry Monument |
| De Eeuwsteen |
|
|
||
| Staghoud pantserwangen | Gerestaureerde pantserwagen. |
Naar een ontwerp van Piet Oosting uit Oldeholtpade werd de bestaande zuil in een monumentaler jasje gestoken. Dit werd op 4 mei 1990 onthuld. Met de Canadeze Esdoorn die daar in 1945 geplant werd, vormt het nu een indrukwekkend geheel. In 2002 is op de zuil ook nog een foto aangebracht van Wilfred Berry.
Alan Edmonds, een Canadese verslaggever, schreef in 1967 een relaas over de gebeurtenissen op 12 April, 1945.
Op die dag werd Oldeholtpade bevrijd door Canadese soldaten van het regiment Royal Canadian Dragoons.
Henk Middelraad, een Nederlander woonachtig in Canada heeft het relaas vertaald.
Klik hier voor het document.
De Eeuwsteen
Terug naar Historische feiten

De oorspronkelijke kerk, uit tufsteen opgetrokken werd gesticht in 1204. De huidige kerk, voor de hervorming gewijd aan de Heilige Stephanus, kwam gereed in 1545 en is opgetrokken uit rode baksteen. Het metselwerk boven de ramen is versierd met gele boog- en aanzetstukken. Aan de achterzijde van de kerk is te zien dat het bouwwerk een bewogen geschiedenis heeft doorgemaakt. De restauratie in de jaren 1983-85 heeft de kerk haar oude luister teruggegeven.
De zware, 37 meter hoge toren werd gebouwd in 1608 van kleine gele steentjes, z.g. Friese geeltjes. In 1857 werd de toren bepleisterd. Van dat pleisterwerk zijn nu, na de restauratie, nog fragmenten zichtbaar. De restauratie van de toren is in 1989 beëindigd.
Aan de zuidzijde is een vierkante traptoren uitgebouwd. De gemetselde wenteltrap voert naar de trans en de ruimte met het uurwerk en de luidklok. Vanaf de trans heeft men een prachtig uitzicht over weilanden, bossen en akkers als waarschijnlijk nergens in Friesland.
Oorspronkelijk waren er twee luidklokken. Deze zijn echter tijdens de oorlog door de bezetters weggeroofd. De klok die nu dienst doet is na de oorlog gegoten.
Naast de 300 jaar oude preekstoel is er in de kerk een bijzonder fraai kabinetorgel. Het instrument, gebouwd in 1800 door de Amsterdamse orgelbouwer Hendrik Meyer, is afkomstig uit de Janskerk te Haarlem. Het bevindt zich sinds 1883 in Oldeholtpade.
In en rond de kerk zijn nog een aantal oude grafzerken met de namen van oude bekende families. Van verschillende stenen is in de Franse tijd het wapen weggekapt. Onder de zerken neemt die van Joannes Cosvi Oltholt een bijzondere plaats in. Het wapen erop is behouden gebleven. Opmerkelijk is de tekst:
| "Ghy lezer, die hier komt verbeyden | |
| Bedenk des levens korte scheyden | |
| Ghy ziet het aan dit lykgesteent, | |
| Daaronder rust nu mijn gebeent. | |
| Hij is geweest en komt niet weer | |
| De ziel berust nu bij de Heer. | |
| Omhoog, belacht dit jammerdal | |
| En saam wat storm verduren zal" |
Ga naar boven









